Ring

De ring is bijna klaar! Het is een lang verhaal dat nu aan me voorbij gaat, die ring: de steen en het goud. Ik heb ooit, tijdens de studie Handvaardigheid op de kunstacademie een antieke kast omgebouwd tot poppenhuis, voor Ingrid. Toen het ‘Dolhuis’ klaar was en ze mij het resterende bedrag voor de opdracht wou betalen vroeg ik de ring die zij droeg. ‘Die wil ik wel’ in plaats van de 500 gulden die ze mij nog verschuldigd was en dat mocht. Mijn broer Mark vond dat ik me had laten bedonderen, met die kermisring. Het was een originele bisschopsring uit Rusland van rood goud met een amethist die eigenlijk iets te groot was voor mij. Het is wel eens voorgekomen dat ik de ring kwijt was omdat die van mijn vinger was geschoven. Ik besloot om er een hanger van te laten maken door edelsmid Hendrik Stollé, die tot de conclusie kwam dat het een synthetische steen was vanwege de afmeting, wat niet waar was. Hij maakte er een snoepje van, dat ik niet mooi vond en vroeg hem de hanger aan te passen, in ruil voor het resterende goud. ‘Jij houdt niet genoeg van je lichaam om deze hanger te dragen’ mopperde hij. Ik vond het nog steeds niet mooi en liet mijn moeder zien wat hij had gemaakt en zij was meteen verkocht! Ze droeg de hanger die haar wel heel mooi stond jarenlang tot en met haar dood. Ik was er nog altijd niet blij mee en vroeg een andere edelsmid om er weer een ring van te maken, gecombineerd met mijn moeders gouden trouwring met mijn vaders naam. We kwamen er niet uit en tenslotte kwam ik Anne-Marieke tegen die les geeft in edelsmeden bij Rozet, en zo is het gekomen dat ik er zelf mee aan de slag ben gegaan. Ik heb het ding gesloopt en het kleine beetje rode goud – het grootste deel was naar Hendrik gegaan – samen gesmolten met de trouwring en opnieuw gecombineerd met de steen.

Zilveren ring met amethist in gouden setting.

Turbulentie

Met dit woord werd ik vanochtend wakker vanuit dromenland maar de context speelt zich af in de realiteit. Het heeft betrekking op de vriendschap met mijn vriendin Estelle, ken haar al vanaf de lagere school als het buurmeisje van mijn vriendinnetje Anita Aveskamp. Haar zelfverzekerde uitstraling fascinerende me maar het duurde nog totdat wij samen naar het Carmellyceum in Oldenzaal fietsten, eer onze vriendschap begon. We gingen met een groepje vanuit Losser en wij tweetjes waren van de langzaam-aan-actie, rustig fietsen en dan kom je er ook wel. Dat is wel anders dan de wijze van omgang met elkaar, die nogal turbulent is. Er zijn jaren voorbij gegaan waarin wij elkaar niet zagen, in de 50 jaar sindsdien. We verschillen als dag en nacht maar er zijn overeenkomsten: we hebben kleine krulletjes en we zijn nakomelingen, behoorlijk slim en enigszins buitenbeentjes. Onze oudere broers zijn ook vrienden voor het leven en die zien elkaar ook wel eens heel lang niet geloof ik. Telkens weer dezelfde wrevel zorgt voor verwijdering, maar het geheugen maakt er altijd weer iets moois van. Het zal nu wel weer net zo gaan alhoewel dat onvoorstelbaar is, na de laatste aanvaring. Ze zou mij komen helpen met klussen, maar kwam niet opdagen alhoewel onze afspraak om 11 uur zorgvuldig was vastgelegd. Er gingen heel wat berichtjes aan vooraf en vlak van tevoren belde ze me met ‘ik kom toch om 11 uur want …’ waarin ze helemaal aan het einde toevoegde ’tussen 11 en 12’. Ik zei nog ‘nee 11 uur want we hebben zeker 2 uur nodig voor die klus, en we willen lunchen’. Ik had de pindasoep al klaar staan en de keuken leeggehaald want we zouden grote gaten boren in de gipsen voorzetwanden zodat ik een draad kon spannen door de ruimte. Zij had tot 14.15 uur en ze zou vertellen over haar nieuwe baan als conducteur bij de NS, waar ze om 14.45 een afspraak mee had op het Centrale Station in Arnhem. Het was krapjes maar precies te doen dacht ik en verheugde me zeer op het bouwfeestje. Om 11.30 was ik lang en breed bezig, zonder haar assistentie en vroeg haar waar ze bleef. Ze schreef ‘ik moet nog langs de dierenwinkel, tussen 11 en 12 ben ik er’ en ik ‘dan gaat het niet lukken’ terwijl ik steeds ongeduriger werd. Nou komt het: ‘jij sprak af, ik niet’ schreef ze, en toen brak de hel in me los, en heb ik iets gedaan ter bescherming van mijn gemoedsrust. Ik ben een draadspanner gaan kopen bij Baptist in Presikhaaf en toen ik mijn fiets weer van het slot haalde las ik haar berichtje van 12.04 uur ‘ik sta voor je deur’ en ik stuurde ‘ik ben ff onderweg’. Daarna was het weer voorbij, onze vriendschap.

De draad is inmiddels blind bevestigd en strak gespannen
tussen beide wanden.

Weg van het verdriet

Ik twijfelde nog of ik wel zou gaan ‘je bent gek’ zei een stem in mij, maar ik ging toch. Voor de derde keer op een rij fietste ik naar de Imbosch, een gebied dat het Rozendaalse veld begrenst in het Noorden, waar ik graag bessen pluk, vossenbessen. Vanuit de Sonsbeeksingel de Apeldoornseweg op, voorbij het Sonsbeekpark inclusief de brug over de Cattepoelseweg, tot aan de Braamberg is het een flinke klim. Van daaruit lijkt het mee te vallen maar dat is vals plat, de brug over de Wagnerlaan, tot de Weg achter het bos, voorbij Moskowa en benzinestation ‘bonjour’ fiets ik gestaag omhoog. Dan wordt het wat rustiger op de weg die inmiddels zes banen telt, nog een brug, over de Schelmseweg, dan kom ik in de buurt van snelwegen, eerste afslag naar de A12, daarna de A50. Daar is ook de Carpoolplek, en de Rosendaelse Golfclub in het glooiende landschap dat zich voor me uitstrekt. De Apeldoornseweg loopt door naar het Noorden terwijl het meeste verkeer al is afgeslagen, net als het fietspad dat berg-op-berg-af gaat, langs het Nationale Verstrooigebied Delhuyzen. Daar neem ik de tweede ingang, bij het Monument voor het Onbekende Kind, een groep zwerfkeien die verzameld zijn uit diverse landen waar veel kinderen zijn omgekomen. Ik neem de Via Dolorosa, Weg van het verdriet, een landweg met een verhard fietspad door het gebied waar veel sporen te zien zijn van wilde dieren. Zwijnen wroeten graag langs de randen van het asfalt, uitwerpselen van Schotse Hooglanders, tot het einde toe. Daar kom ik aan bij het Rozendaalse veld en hier houdt de routebeschrijving op vanwege de adembenemende weidsheid van het landschap dat voor me ligt, en de stilte. Dan ben ik er nog niet, bij het bos waar ik de vossenbessen ga plukken maar hier, voorbij deze weg begint het spirituele deel van de fietstocht die zo’n 30 meter vóór een zeker bankje ten einde loopt. Daar zoek ik het olifantenpaadje op, van het pad af en daar begint het vossenbessenbos. Eerst nog een zandweg oversteken en dan via een bospad het bos inlopen waar de bessen staan. Ze zijn allemaal rijp tot overrijp deze keer, nauwelijks nog een lichtrode bes of een bloesempje te zien, hoogste tijd om de buit binnen te halen.

Hier staan zwerfkeien, belegd met kleine witte steentjes die men erop achterlaat.

Vervolg Vossenbessen

Mijn CV

Een landweg, bezaaid met Keien

Ik heb de verlammende werking van pesten aan den lijve ondervonden: op straat, het schoolplein of bij het zwembad door jongens, en meisjes. Schelden, buitensluiten, belachelijk maken, en bespringen, vanwege mijn afwijkende uiterlijk. Dat ik vooral niet mocht denken dat ik ooit zou slagen in mijn leven. Dit speelde zich af nadat wij naar het dorp Losser verhuisden, toen ik vijf jaar oud was. Voor mij was het een drijfveer om op school goed mijn best te doen, zodat ik daar weg kon om aan de universiteit te studeren, wat toen nog niet – behalve de TU – mogelijk was in Twente. Eenmaal in Nijmegen hield het niet op, het getreiter, ik werd eenzaam, ging naar de kunstacademie in Arnhem. Daar heb ik mijn geluk gevonden, ben gebleven tot op de dag van vandaag. Het is me niet gelukt om een reguliere baan te vinden, hoewel ik heel wat pogingen gedaan heb, in de Cultuur-, Zorg- & Welzijnssector, en een goed mens probeer te zijn. Mijn CV is als een landweg met gaten – donkere periodes – bezaaid met keien – artistieke prestaties – waar ik trots op ben. Ik weet inmiddels wat ik waard ben en wat mijn wapens zijn.

Werk van houthakkers in Boschveld – landgoed in Oosterbeek

Curriculum Vitae

C V ervolg

HAIKU S

Vertrouwen

Op een rij

Ik werk

Rijst

Deze week heb ik de laatste aflevering van de kennisquiz 2 voor 12 van dit seizoen teruggekeken. Daarin maakte Astrid Joosten – presentatrice – terloops een opmerking over het koken van rijst, in ruim water vanwege het gehalte aan arseen. Dat bleef hangen bij mij want ik eet vaak rijst, met groente. De volgende dag zag ik een dode zwarte rat liggen langs het bospad richting het Zypse veld. Pas ’s avonds ging er een belletje rinkelen bij mij en begon ik te speuren op het internet. Ja hoor, arsenicum, ook wel bekend als rattengif blijkt rijkelijk in de bodem aanwezig te zijn als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw. Rijst heeft de eigenschap om zich met het gif te verbinden, en daarom is het verstandig om de rijst in ruim water te koken. Het scheelt 80% van het arseen in het eten.

Ik maak graag Pilaf, waarbij ik groentes aanbak, blus met water en rijst toevoeg tot alle vocht is opgenomen. Of ik kook de – vaak bruine – rijst apart in precies voldoende water zodat alles wordt opgenomen en je geen rijstwater hoeft weg te gooien. Dat is blijkbaar gevaarlijk voor je gezondheid terwijl je denkt dat je goed bezig bent. Ik heb het verschil opgezocht tussen bruine en witte rijst en tussen biologische en die-biologische rijst opgezocht, althans wat er over bekend is. Blijkt dat de verschillen klein zijn en lees ook dat rijstwafels gevaarlijk zijn, voor kinderen! Dat terwijl ik veel rijstwafeltjes heb gegeten met kinderen na school, met pindakaas of appelstroop, en wederom dacht dat het goed was. Wat een nachtmerrie en waarom wist ik het niet, wat Astrid Joosten wel wist te vertellen?

Er is geen informatie te vinden over rijst als product van de biologisch-dynamische landbouw, mijn favorite leverancier. Je zou verwachten dat deze rijst ‘schoon’ is omdat er geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, op akkers die nooit zijn bestreden met landbouwgif. De prijs verschilt nogal maar die betaal ik, om bij te dragen aan een gezondere leefomgeving. Het schijnt dat andere granen zich minder binden aan arseen, zoals tarwe of boekweit, gerst of haver. Arseen komt ook van nature voor in de bodem, heb ik gelezen, en dat we er niet omheen komen. Het verschil tussen biologisch en biologisch-dynamisch zal het doen, schat ik, nog een dingetje dat niet aan de grote klok wordt gehangen omdat de bedrijven daar niet zo blij van worden. Biologisch verkoopt namelijk goed.

Bloeiend braambosje

Gelukkig zijn er bosvruchten en andere geschenken uit de natuur, rijk aan
antioxidanten. De bramen doen het dit jaar bijzonder goed.

Boom planten

Op zondag 27 februari hebben wij – het Buurt Groen Bedrijf met wel 100 vrijwilligers – extra bomen geplant in de Steenstraat. De straat – bekend van Monopoly – was iets te stenig geworden na de herinrichting. Het idee van ‘shared space’ was bovendien uit de hand gelopen: zonder verkeersregeling met de bedoeling dat alle gebruikers op elkaar letten. Er werd over stoepen gereden en geparkeerd door automobilisten, wat mogelijk was door de flauwe overgangen, en er was sprake van hitte-stress. De nieuwe amberbomen groeien gestaag, maar zijn niet met genoeg, vandaar deze actie.

Van tevoren waren de gaten al gegraven en gevuld met vruchtbare aarde, bomen werden afgeleverd inclusief wilgentenen. Alles werd afgeschermd met behulp van rood-witte hekken. Die werden op de dag zelf gebruikt door een aantal vrijwilligers dat het verkeer regelde, waaronder een man die mij aan iemand deed denken: Joop van de Ende. Elk team werd voorzien van soep met brood en zo kwam het contact met team 4 tot stand. Zag ik daar Mark Rutte in een broodje happen, die bij ons kwam buurten? Cathelijne Bouwkamp, wethouder namens Groen Links was in elk geval aanwezig.

Maar liefst 10 bomen zijn erbij gekomen, met ruime boomspiegels en planten die zijn afgeschermd door gevlochten wilgentenen. De ijzeren hekwerken rondom de bestaande bomen zijn verwijderd en ook voorzien van ruimte voor planten. Ik fiets of loop elke dag langs de Prunus cerasifera ‘Nigra’ – rode Kerspruim – die wij – team 3 – daar hebben geplant, tegenover de winkel voor kunstenaarsbenodigdheden Gerstaecker, op de 120ste geboortedag van mijn oma Gezina Fischer-Damhuis. Het boompje is meteen gaan bloeien, net als enkele takken die nu bij mij in de keuken op de vaas staan.

Zie https://mijnspijkerkwartier.nl/berichten/bomen-planten-steenstraat

Uitzicht

Het Herikhuizerveld is de oorspronkelijke naam van de Posbank, in het zuiden van het schitterende Veluwemassief. Hier in Arnhem zat ook het gebouw van de Postbank, wat ik altijd verwarrend vond. Het zit zo: ter ere van G. A. Pos, de tweede directeur van de ANWB, werd op één van de hoogste punten in het gebied – in 1921 – een bank gebouwd: de Posbank. Op de weg staan verkeersborden die wijzen die kant uit, naar die stenen bank met dat mooie uitzicht met Paviljoen de Posbank er naast.

De Posbank, een stip centraal aan de horizon

Deze foto’s zijn genomen aan de andere kant van dit gebied, in Rheden.

Met Izzy
Foto Door

Weekend

Stukje bij beetje dringt tot me door dat dit zijn geen tijden zijn voor watjes. Ik loop daarom dagelijks een ronde door de natuur, vaak dezelfde gebieden, rondom Arnhem waar ik vaak heen fiets. Soms pak ik de bus omdat Ayla – hond – bij me is en soms neem ik de trein, alleen of met René – vriend – of Marijke – zus – of anderen, wekelijks loop ik met het wandelgroepje van Door. Elke maandagochtend een andere bestemming, bijvoorbeeld Mariendaal, de Posbank, Duno of het Bergherbos bij Beek. Volgende keer: de Wodanseiken – 400 tot 600 jaar oud – in Wolfheze, en voor mij is dan het weekend begonnen. Op maandag en dinsdag ben ik vrij!

Ochtendnevel

Maandagochtend is mijn ‘zaterdagochtend’, en dinsdag is mijn ‘zondag’ een dag om uit te slapen, wat ik een hele poos niet meer kon, omdat mijn ritme te streng was. Om 6.30 uur opstaan, en rond 8.15 de deur uit om te werken of te sporten was een uitdaging. Nu de zomertijd weer voorbij is word ik om 5.30 wakker en moet mijn best doen om te streamen. Ik ben ritme-gevoelig en dat is goed om te weten want ik heb daar rekening mee te houden, en ja, ik hou van dansen.

Weerspiegeling in het water

Op dinsdagavond, mijn zondagavond bereid ik mij voor op de komende werkweek, zorg dat het huis is opgeruimd, net als ikzelf. Zijn er nog dingen die moeten gebeuren, doe het nu want de komende dagen heb ik daar geen tijd meer voor. Mijn agenda is gevuld, met hier en daar wat lege ruimte, voor spontane invallen.

IK
Foto Door

Hormonen

Ik heb een hormoongevoelige tumor gehad in mijn rechter borst, die geamputeerd is, en draag een uitwendige prothese. Daarna heb ik chemotherapie gehad en heb ik me laten bestralen, waardoor een inwendige prothese niet meer mogelijk is omdat de celstructuur van de huid gesloopt is. Mijn menstruatie is tijdens de behandeling abrupt gestopt, nooit weer terug gekomen, wat ik wel jammer vond. Het is nu 10 jaar geleden, ben inmiddels de 60 gepasseerd.

Ik mocht/mag geen medicijnen gebruiken die mijn hormoonhuishouding beïnvloeden, tegen overgangsverschijnselen, de overgang die vrij vlot voorbij was. Ik leef sindsdien met het ritme van de maan, eet ook geen vlees van dieren die hormonen toegediend hebben gekregen. Sowieso eet ik weinig dieren, want ik hou van dieren, en koop ik enkel producten van biodynamische landbouwbedrijven die geen bestrijdingsmiddelen gebruiken.

Ik heb mij niet laten prikken omdat mijn lichaam ‘nee’ zei en omdat er, zoals later bleek maar weinig bekend is over de invloed van het vaccin op de hormoonhuishouding. Er gaan geruchten rond die me vertellen dat er vrouwen zijn wiens menstruatie verstoord is geraakt na de inenting. Een enkele keer liet ik mij testen want voor de QR-code ben ik niet bang, maar ik weiger mij op te offeren.

Ik laat mij niet van de wijs brengen door mensen die mij in het hok plaatsen van ‘asociale stommeling’ en voel me geroepen om uit te breken. Mijn weerstand tegen deze naargeestige groepsdruk – ik hou mijn hart vast – groeit met de dag. Het vertrouwen in mijn gevoel is groter dan in de geneeskunde, net als mijn vertrouwen in de regering. Hoe lang duurt dit nog en hoe ver gaat dit, gedoe?

Het oprukkende jeneverbessenbos op de Hoge Veluwe

Ik geloof wel in de helende werking van dagelijks wandelen in de natuur, door weidse lansschappen, stekelige bosjes, langs de oevers van rivieren die ons omringen. Ik geloof ook in de wijsheid van mijn lichaam dat me vertelt wat ik moet doen, en oefen mijn geest door elke dag te beginnen en af te sluiten met – Zen – meditatie. Ik ben niet van plan om mij te laten prikken, omdat het voor mij geen oplossing is voor de crisis waar we nu in zijn beland.

Beuk

In Lichtenbeek – landgoed in Oosterbeek – staat een beuk, bovenaan een helling op het westen, waar biologisch geboerd wordt. Er omheen ligt een oeroud bos met veel beuken maar deze staat alleen, terwijl ze graag in groepen staan.

De beuk was ooit gigantisch en er stond een huis bij, in vervlogen tijden – van horen zeggen – maar ik heb hem/haar nooit gezien voordat de bliksem hem/haar trof. Beuk was daarna nog steeds indrukwekkend, bijna intimiderend met een kale stam, hoog naar de hemel reikend. Beuk werd nog eens getroffen, tot er een korte stomp van over was.

Op een snikhete dag in een zomer viel me het malse gras op rondom Beuk, terwijl de rest van de akker uitgedroogd was. Ik vroeg mij af hoe dat kon, en las dat dooie bomen hun wijsheid doorgeven aan de omgeving.

Beuk in Lichtenbeek

Vorig jaar hebben Max, Ellen – vrienden – en ik de boom omarmd, tijdens de schemering om de zonnewende te vieren, in december. We konden elkaars handen net raken, zo dik was die stam nog altijd. In de vlier die er naast groeit hing een dun plaatje hout met een reflector, dat ik mee nam naar huis.

Van het voorjaar lag er opeens een brok naast, die los had gelaten, van de beuk. Voor de rest stond hij/zij nog fier overeind, in weer en wind, met puntige uitsteeksels die richting gaven, tot nu toe.

Beuk heeft zijn/haar regerende vermogen verloren en staat er treurig bij, ontwapend, nadat een kolonie wespen zich heeft gevestigd in zijn/haar binnenste. Binnenkort zal ik daar weer plaats nemen op de scheefgezakte bank die er naast staat, om aan het einde van de middag de grote vuurbal onder te zien gaan, in het westen.